Toelichting
Lifestyle categorieën

De Bradenschaal – Decubitusrisico scorelijst

De Braden Scale for Predicting Pressure Ulcer Risk, is een meetinstrument  ontwikkeld door Barbara Braden en Nancy Bergstrom in 1987. Het doel hiervan is het helpen van zorgprofessionals bij het analyseren van het decubitusrisico van de cliënt. Het bestaat uit 6 items: zintuiglijke waarneming, vochtigheid, activiteit, mobiliteit, voedingstoestand en frictie/schuifkracht. Scores kunnen variëren tussen 6 (zeer hoog risico) en 23 (geen risico). De uitkomst (score) kan worden gebruikt in onze rolstoelkussen keuzehulp.

1 2 3 4 5 6

Zintuiglijke waarnemening

Het vermogen om drukgerelateerde pijn en of ongemak te uiten.

Geen stoornis Reageert op mondelinge bevelen. Heeft geen zintuiglijk tekort dat het vermogen beperkt om pijn of ongemak te uiten.
Licht verstoord Reageert op mondelinge bevelen maar kan niet altijd ongemak of de behoefte uiten om verlegd of gedraaid te worden OF heeft een zekere zintuiglijke belemmering die het vermogen beperkt om pijn of ongemak te voelen in 1 of 2 extremiteiten.
Zeer verstoord Reageert enkel op pijnprikkels, kan ongemak enkel uiten door te kreunen of door rusteloosheid OF heeft een zintuiglijke belemmering die het vermogen beperkt om pijn en ongemak te voelen over de helft van het lichaam.
Totaal verstoord Reageert niet op pijnprikkels (kreunt niet, vertrekt geen spier, graait niet) ten gevolge van verlaagd bewustzijn of sedatie OF beperkt vermogen om pijn te voelen over het grootste deel van het lichaam.

Vochtighuid

De mate waarin de huid wordt blootgesteld aan vocht.

Zelden vochtig De huid is meestal droog, het beddengoed moet enkel op de gebruikelijke tijdstippen worden verwisseld.
Soms vochtig De huid is af en toe vochtig, waardoor het beddengoed ongeveer één keer per dag extra verwisseld moet worden.
Meestal vochtig De huid is vaak, doch niet altijd vochtig. Het beddengoed (b.v. steeklaken, onderleggers) moet meerdere malen per dag worden vervangen.
Altijd vochtig Door perspiratie, urine etc. wordt de huid bijna constant vochtig gehouden. Telkens wanneer de patiënt wordt verplaatst of gedraaid, wordt vocht vastgesteld.

Activiteit

De mate van lichamelijke activiteit.

Loopt vaak rond Wandelt minstens twee maal per dag buiten de kamer rond en binnen de kamer minstens één maal per twee uur tijdens de dag.
Loopt af en toe Loopt af en toe overdag, maar over zeer korte afstanden, met of zonder hulp. Brengt een groot gedeelte van de dag in bed of stoel door.
Stoelgebonden Vermogen om te lopen is ernstig beperkt of niet aanwezig. Kan het eigen gewicht niet dragen en/of moet in stoel of rolstoel worden geholpen.
Bedgebonden Is 24 uur per dag in bed.

Mobiliteit

Het vermogen om lichaamshouding te veranderen.

Geen beperkingen Kan zelfstandig en regelmatig grote veranderingen aanbrengen in de houding. Heeft daarbij geen hulp nodig.
Licht beperkt Kan zelfstandig en regelmatig lichte veranderingen aanbrengen in de houding van zijn lichaam of extremiteiten.
Zeer beperkt Is beperkt in staat lichte veranderingen in de houding van zijn lichaam of extremiteiten een te brengen, maar is niet in staat om regelmatig of grote veranderingen onafhankelijk uit te voeren.
Volledig immobiel Kan zonder hulp zelf geen lichte veranderingen brengen in de houding van zijn lichaam of ledematen.

Voeding

Gebruikelijk voedselinnamepatroon.
NPO – Non Per Os – niet door de mond

Uitstekend Eet het grootste gedeelte van elke maaltijd op. Weigert nooit een maaltijd. Eet meestal 4 of meer porties proteïne (vlees- en melkproducten) per dag. Eet een enkel keer tussen de maaltijden. Heeft geen bijvoeding nodig.
Toereikend Eet meer dan de helft van de meeste maaltijden. Eet elke dag vier porties proteïne (vlees- of melkproducten). Weigert af en toe een maaltijd, maar neemt gewoonlijk een supplement wanneer dat wordt aangeboden. OF Wordt met sonde gevoed of krijgt speciale voeding: vermoedelijk wordt hierdoor in de meeste behoefte voorzien.
Waarschijnlijk ontoereikend Eet zelden een volledige maaltijd en eet over het algemeen slechts 1/2 van het voedsel dat hem wordt aangeboden. De proteïne inname is beperkt tot 2 porties vlees- of melkproducten per dag. Neemt af en toe een voedselsupplement OF Krijgt minder dan de optimale hoeveelheid vloeibare voeding of sondevoeding toegediend.
Onvoldoende Eet nooit een volledige maaltijd. Eet zelden meer dan 1/3 van het voedsel dat wordt aangeboden. Eet twee porties proteïne (vlees- of melkproducten) of minder per dag. Neemt vloeistoffen moeizaam in. Neemt geen vloeibaar voedselsupplement OF Krijgt NPO en/ of wordt gedurende meer dan vijf dagen met dunne vloeistoffen of intraveneus gevoed.

Wrijving en schuiven

Geen probleem Beweegt zich in bed en stoel onafhankelijk en heeft voldoende spierkracht om tijdens een beweging volledig overeind te komen. Behoudt in stoel of bed altijd een goede houding.
Mogelijk probleem Beweegt zich lichtjes of heeft minimale hulp nodig. Tijdens het bewegen schuift de huid waarschijnlijk in zekere mate langs de lakens, tegen de stoel of andere toestellen. Behoudt in stoel of bed meestal een relatief goede houding, maar glijdt af en toe naar beneden.
Probleem Heeft matige tot volledige hulp nodig om zich te bewegen. Kan niet volledig overeind komen zonder langs de lakens te schuiven. Glijdt in bed of stoel vaak naar beneden, zodat het vaak nodig is hem met volledige hulp terug op de plaats te zetten. Spasticiteit, samentrekkingen of agitatie leiden tot bijna constante wrijving.

Welk kussen past bij jouw lifestyle?

Probeer onze rolstoelkussen keuzehulp en ontdek het